Objectieve vs. subjectieve waarheid🇬🇧🇳🇱
Vandaag wil ik weer eens een gedachte-experiment doen.
Laten we eens uitgaan van de volgende veronderstelling: Alle Waarheid kan worden opgedeeld in één van twee categorieën: Objectieve waarheid of Subjectieve waarheid. En laten we er dan eens vanuit gaan dat ik die woorden zojuist uit m’n duim heb gezogen, want nou ja, zulke abstracte ideeën hebben niet bepaald meer iets met het boerenverstand te maken, of wel? Dus aangezien ik die woorden net verzonnen heb, moet ik ook uitleggen wat ik ermee bedoel, dan snap jij ook waar ik het over heb…
De objectieve waarheid is datgeen we kunnen observeren en/of bewijzen. De wetenschap bevindt zich in dit domein, want wetenschap leunt op observatie en bewijzen. Als de wetenschap iets op sluitende wijze kan vaststellen, dan behoort datgene tot de objectieve waarheid. Maar zelfs als de wetenschap iets niet zeker kan vaststellen, dan zou het nog steeds kunnen dat iets een objectieve waarheid is. Zo lang als iets observeerbaar of bewijsbaar is, dan zou het theoretisch gezien ook door een voldoende geavanceerde wetenschap vastgelegd moeten kunnen worden, en daarmee telt het dan als een objectieve waarheid.
Subjectieve waarheid is de rest. Alles wat we ervaren is subjectief, want we kunnen onze persoonlijke ervaringen niet bewijzen. Onze meningen zijn subjectief. Zelfs ons bewustzijn is subjectief.
Materialisten zijn van mening dat de subjectieve waarheid eigenlijk niet bestaat, omdat uiteindelijk alles van een enkele objectieve waarheid afgeleid zou kunnen worden. Deze positie is echter zelf niet wetenschappelijk onderbouwd, want deze kan niet bewezen worden. Persoonlijk geloof ik er ook niet zo in.
Idealisten daarentegen zijn van mening dat de objectieve waarheid eigenlijk niet bestaat, want uiteindelijk is alles een interpretatie of projectie van ieders subjectieve waarheid.
Maar goed, ik ben een filosoof, en als filosoof moeten we ook de mogelijkheid in acht nemen dat beide visies misschien verkeerd zijn. Of misschien zelfs nog erger, dat beide visies tégelijk wél waar zijn.
En zo zie je, het probleem met filosofie is dat het allemaal zo verdomd onduidelijk is. We kunnen altijd meer vragen stellen. We kunnen altijd meer mogelijkheden verkennen. De sleutel om onszelf niet helemaal gek te laten maken is dat we ergens een beslissing moeten nemen. En dan zijn we weer terug bij ons boerenverstand.
Wat ons boerenverstand ons verteld is dat ondanks dat we heel veel weten, we eigenlijk helemaal niets met 100% absolute zekerheid weten. En dat geeft niet. We kunnen niet alle vragen beantwoorden. Sommige vragen slaan eigenlijk zelfs helemaal nergens op.
Je zou dus kunnen zeggen dat het een objectieve waarheid is dat we niet alles kúnnen weten. Behalve dat we dit dus niet kunnen bewijzen, dus eigenlijk is het een subjectieve waarheid.
We kunnen het bestaan of het niet-bestaan van de objectieve waarheid, of zelfs de realiteit, niet bewijzen. En dat is een subjectief feit. Kortom, subjectieve waarheid bestaat. Misschien bestaat de objectieve waarheid ook, maar dat weten we niet zeker.
“Ah! maar we weten wél dat de objectieve waarheid bestaat,” zegt de persoon met het boerenverstand. En natuurlijk hebben ze gelijk, want we zien haar overal om ons heen. We zijn zelfs in staat gebleken om de volledige wetenschap op haar schouders te bouwen.
Maar de persoon met het boerenverstand had een kritiek voordeel ten opzichte van de filosoof: Hij was niet degene die meedeed aan één of ander stom gedachte-experiment. En daarmee konden ze er al die tijd simpelweg een andere definitie van de objectieve waarheid op nahouden. Want als we het nuchter bekijken, dan is de objectieve waarheid simpelweg de waarheid waarover we het eens kunnen zijn, en dan was er überhaupt geen probleem.
Verdomd idealistisch, I know.
Comments are pulled from replies to this Mastodon post. Reply to the post to have your own comment appear.